Uploader: James
Country: Thailand
Uploaded: Jun 19, 2018
Price: Free

Please, verify you are not robot to load rest of pages

download asbestverwijderingsbesluit 2005 pdf

Artikelen
Mr. ing. P.W.H. Herder en mr. P.J.G. Goumans'
Wijziging Asbestverwijderingsbesluit 2005:
verbod op asbesthoudende dakbedekking in 2024
LTB 2015/21
In de agrarische sector is op dit moment 90 miljoen
m2 aan asbestdaken en asbestgevelbekleding op stallen en loodsen aanwezig. Op 1 juli 1993 is als gevolg
van het Asbestbesluit een verbod in werking getreden
op het be- en verwerken en in voorraad houden van
asbest en asbesthoudende producten. Vóór de invoering van dit verbod is asbest veelvuldig verwerkt in
bouwmaterialen en vooral als dakbedekking voor
stallen aangewend. Voor zover de asbestvezels vastzitten in het bouwmateriaal (hechtgebonden), vormen deze voor de volksgezondheid geen gevaar. Er
ontstaan echter gezondheidsrisico's als asbestvezels
vrijkomen. Dat gebeurt bij brand, het instorten van
bouwwerken, bij het bewerken en verwijderen van
het materiaal, maar ook doordat de asbesthoudende
dakbedekking door weersinvloeden verweerd raakt.
Door blootstelling aan asbest sterven per jaar naar
schatting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu circa 1.000 mensen. Gelet op deze gevaren is
vormgegeven aan een streng asbestbeleid en handhaving daarvan.
Asbesthoudende golfplatendaken
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Mansveld onderkent dat verweerde asbestdaken een gestage
emissie van asbestvezels in het milieu veroorzaken. Die
omstandigheid heeft de staatssecretaris ertoe gebracht
het voorhanden hebben van asbesthoudend materiaal als
dakbedekking op 1 januari 2024 te verbieden. Die datum
is gekozen vanwege de inschatting dat elk asbestdak dan
geacht wordt gevaar op te leveren voor de omgeving. Berekend is bovendien dat de economische levensduur - 30
jaar na invoering van het toepassingsverbod - veelal ten
einde is. Dat ligt anders voor asbesthoudende gevelbekleding. Die blijft daarom buiten de reikwijdte van het verbod. De staatssecretaris heeft hiertoe een ontwerpbesluit
tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005
(Avb 2005) voorgelegd aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2014/2015, 25 834, nr. 93). De staatssecretaris
komt niet alleen met een verbod. Het ontwerpbesluit bevat ook een bepaling die benadrukt dat gemeenten hun
huidige handhavingsbevoegdheden moeten blijven inzetten. De Woningwet (art. Ia) en het Bouwbesluit 2012
1
Mr. ing. P.W.H. Herder en mr. PIG. Goumans zijn beiden als advocaat
werkzaam bij Henkelman Advocaten en Notarissen te Nijmegen, sectie Overheid en Vastgoed, praktijkgroep Agribusiness en landelijk
gebied, [email protected] en [email protected],
www.hekkelman.nl.
LTB 2015/21
(art. 7.21) kennen een zorgplicht voor eigenaren die met
zich brengt dat een bouwwerk geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid mag veroorzaken. Als die zorgplicht wordt geschonden, kan het bevoegd gezag optreden. De wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit
2005 raakt - vanwege de daar aanwezige oppervlakte aan
asbestdaken - vooral de agrarische sector. Dat het verbod
pas in 2024 in werking treedt, maakt niet dat dat jaar gewoon kan worden afgewacht.
Wijziging Asbestverwijderingsbesluit 2005
Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Avb 2005 bevat
twee overzichtelijke aanpassingen. Een nieuw artikel 10
bevat de volgende bepaling:
"Met ingang van 1 januari 2024 is het verboden om asbesthoudend materiaal voorhanden te hebben toegepast
als dakbedekking."
Vanwege de juridische grondslag van het Avb 2005 (art.
9.2.2.1 Wet milieubeheer) is de Minister van Infrastructuur en Milieu verantwoordelijk voor de handhaving van
dit besluit. In art. 11 is ervoor gekozen de handhavingsbevoegdheid van het in te voeren verbod decentraal te concentreren. In het tweede lid van dit artikel is aanvullend
opgenomen dat de decentrale overheid op grond van de
Woningwet en het Bouwbesluit 2012 ook vóór 1 januari
2024 handhavend kan optreden, indien asbestdaken een
gevaar opleveren voor de gezondheid of veiligheid.
Handhaving
Op grond van art. Ia Woningwet dient de eigenaar van
een bouwwerk er zorg voor te dragen dat als gevolg
van de staat van dat bouwwerk geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat. Het begrip 'gevaar voor
de gezondheid of veiligheid' dient gelet op de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2003/2004, 29 392,
nr. 3 pag. 27) ruim te worden uitgelegd en omvat gevaar
voor de gezondheid of veiligheid van personen en dieren, maar ook gevaar voor de veiligheid van goederen. In
het Bouwbesluit 2012 is een vergelijkbare zorgplicht opgenomen. Op basis van art. 7.21 Bouwbesluit 2012 dient
een bouwwerk zich in een zindelijke staat te bevinden,
zodat het bouwwerk geen hinder voor personen en gevaar voor de veiligheid en gezondheid van personen oplevert. Handhavend optreden (door middel van door burgemeester en wethouders uit te vaardigen last onder
bestuursdwang of dwangsom) op deze grondslag tegen
de aanwezigheid van een asbestdak, is dus pas mogelijk
als sprake is van gevaar voor de gezondheid of veiligheid. Asbest in dakbedekking (golfplaten) is in beginsel
hechtgebonden en daarmee niet gevaarlijk. Dit uitgangspunt sanctioneert de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State in de uitspraak van 24 december 2014
Afl. 5 - me i 2015
11
WIJZIGING ASBESTVERWIJDERINGSBESLUIT 2005: VERBOD OP ASBESTHOUDENDE DAKBEDEKKING IN 2024
(zaaknummer: 201304657/1: Gemert-Bakel) en daarvoor ook al in de uitspraak van 18 december 2013 (zaaknummer: 201302644/1: Zundert). Van een schending
van de zorgplicht is wel sprake als vaststaat dat asbestvezels zijn vrijgekomen. Zo'n situatie was aan de orde
in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State van 21 september 2011 (zaaknummer:
201102170/1: Etten-Leur). Het asbesthoudende golfplatendak van een schuur was met een hogedrukspuit bewerkt. Burgemeester en wethouders reageerden daarop
met de aanzegging om aan een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf de opdracht te verstrekken het gehele dak te verwijderen. Die last hield in rechte stand. De
rechtspraak van de Raad van State laat zien dat de schending van de zorgplicht steeds aan de hand van onderzoeken dient te worden aangetoond. Als asbestvezels kunnen
vrijkomen dan levert dit een gevaar op voor de volksgezondheid. De uitkomst van deskundigenrapporten is dus
cruciaal. In de Nota van Toelichting op de ontwerpwijziging Avb 2005 schetst de staatssecretaris dat gedacht kan
worden aan verweerde of beschadigde daken. De staatssecretaris verwijst daarbij naar de hiervoor aangehaalde uitspraak van de Raad van State van 21 september
2011. Daaruit kan echter niet worden afgeleid dat geen
onderzoek nodig is. Onze inschatting is overigens dat
de rol van visuele inspecties door deskundige toezichthouders in belang zal toenemen. Met een dergelijke inspectie waarbij wordt vastgesteld dat het dak geen beschadigingen kent die kunnen leiden tot het gevaar voor
vrijkomen van asbestvezels zal een verzoek om handhavend optreden van een omwonende succesvol kunnen worden afgewezen (zie Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State 18 december 2013 met zaaknummer: 201302644/1). Maar bij een sterk verweerd dak kan
de toezichthouder tot de conclusie komen dat de gezondheid wel degelijk in het geding is. Een sterk verweerd dak,
mosafzetting daarop en het ontbreken van dakgoten zijn
bevindingen die een dergelijke conclusie ondersteunen.
De provincies Gelderland en Overijssel hebben onderzoek laten doen naar de erosie van asbesthoudende daken. Uit dit door Geofox-Lexmond en Eelerwoude (www.
overijssel.n1) in september 2014 uitgevoerde onderzoek
volgt dat de bodem van de afwateringszone van dakgootloze asbestdaken is belast met asbesthoudend materiaal
en/of respirabele vezels, maar ook dat de omvang van de
belasting in ruimtelijke zin beperkt is. Naast handhaving
via het bestuursrecht is in situaties van ernstige gevaarzetting overigens ook handhaving via het strafrecht mogelijk. Overtreding van de zorgplicht in art. la van de Woningwet is in de Wet op de economische delicten als een